Archief | Gedichten RSS feed for this section

Beiroet

21 apr

Schijnbaar moeiteloos volgt iedereen zijn weg. Geven nieuwe rijken harde bevelen, volgen armen ze als vanzelfsprekend op. De wetten van de economie zijn te sterk voor wat medeleven.

Hier heersen rangen, liggen posities vast.

Zelfs vertier kent zijn vaste plek; ieder met eigen rituelen.

Ook zonder woorden spreken wijken; van hoge kruisen en Mariabeelden, minaretten. Hier bakent men geloof met bouwsels af.

Die lange, alles verwoestende oorlog is nog steeds zichtbaar. Toen wetteloosheid het land regeerde, legers de straten bezaten. Het schieten van de snipers zo gewoon werd als de roep van de moskee.

En nu, vele jaren later, herrijst een nieuwe stad langzaam; boven en tussen ruïnes. Hele stadsdelen staan in de steigers.

De Libanezen bouwen niet, dat doen de minderbedeelde migranten. Zij slapen onder bruggen, in stationshallen. Zij hebben geen politieke stem, zij vechten om te overleven.

Die oorlog is eigenlijk nooit verdwenen, de straat is er getuige van. Daar schreeuwen teveel claxons teveel frustraties.  De voetganger haast zich, scheert rakelings langs een volgeladen busje. Hier raast verkeer zonder regels.

Ja, de oorlog heeft meer kapot gemaakt dan huizen, meer verloren dan zonen. De oorlog is permanent gaan huizen in iedere inwoner.

Een nieuwe generatie strijders is herrezen. De jeugd wil zich nu spiegelen aan het rijke westen, de golfstaten. Hun religieuze rituelen verweven met westerse gebruiken.

Met de duurste automerken en open ramen, waar technomuziek uit boxen knalt. Zo cruist de jeugd door trendy wijken.

Zij stapt uit, ze is meer dan elegantie; glitter. Wankelend op hoge hakken, zelfverzekerd is haar tred. Hij volgt haar, geeft de auto af aan de parking maffia, kijkt nog even in de spiegel; ja, zijn haar plakt op zijn plek.

Nee, de jongeren zijn zich van geen oorlog meer bewust. Bewust niet.

Een Louis Vuiton hondje

De straat

28 nov

modderige goten warme regen bussen vliegen verkopers liegen
De straat

Waar de huizen zachtjes kreunen bomen leunen
Jaren wachten op wat komen gaat

Dan de klap

Doet de aarde trillen huizen schudden mensen vluchten
Uit de straat

Opgewonden angstig huilt de jongen woede uit

Een nieuwe taal

1 jun

Zit ik hier zonder woorden.
Betekenissen glijden langzamer in mijn oren, mijn weerwoord komt altijd twee seconden te laat. En blijft onbegrepen in de lucht hangen.

Ben ik een vreemdeling en de taal die in schoolboeken vanzelfsprekend lijkt is in café´s met een ander soort pen geschreven. Moet ik overleven. Klanken nieuwe betekenissen geven.

Luid lachen de stamgasten om mijn stamelende stotende zinnen. Zij zien mijn handen ritmisch illustreren. Alsof handen mijn bedoeling kunnen tonen.
Maar de mannen, dikke, grote voetbalmannen, kijken mij starend ongeïnteresseerd aan. Ik zie geen begrip geen interesse in hun ogen.

Dus laat ik woorden zwijgen. Even nog, tot de dag zal komen dat mijn woorden zeggen wat ik wil.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.