Het idee van PVDA-leider Wouter Bos om zware beroepen lichter te maken, is niet haalbaar. Tenminste, als je het vraagt aan mensen die zulk werk doen.
tekst: christien van den brink
Herman Wouters, 38, timmerman
‘Ik kan echt kwaad worden over deze discussie. Wouter Bos zou eens drie weken met ons moeten meelopen, dan weet hij pas waar hij over praat.
Ons beroep valt niet lichter te maken. We tillen grote platen op een verkeerde manier omdat ze anders niet door het smalle trappenhuis kunnen. En grote steigers worden met de hand opgebouwd, daar bestaan gewoon geen machines voor.
Wij moeten wel honderdduizend keer de trap oplopen met gereedschap . Dan staat één been op de ladder, de ander zweeft in de lucht, met je linkerhand houd je een houten plaat vast, terwijl de rechter hem vastzet. Dat mag misschien niet, maar het gebeurt elke dag. Iemand erbij halen, kost tijd en geld.
Als we 55 zijn, zijn we op. Ik heb mensen gezien die wel hebben doorgewerkt, dat waren zielige hoopjes. Op hun vijftigste doen ze wel lichter werk, zoals machinale houtbewerking, maar uiteindelijk raken ze toch afgekeurd.”
Veli Unlü, 28, stratenmaker
‘Het beroep stratenmaker is heel zwaar omdat je de hele dag op je knieën zit en vaak zware stenen van rond de veertig kilo moet leggen. Daar krijg je pijnlijke knieën van. Ik heb daar gelukkig nog geen last van, maar na een paar dagen werken heb ik altijd krampen in mijn rug.
Stratenmakers hebben al veel hulpmiddelen die het werk lichter maken. Zo gebruiken we klemmen voor zware tegels van zestig kilo.
Ik ken geen enkele stratenmaker die zelfs maar tot zijn zestigste heeft doorgewerkt. Daar is ons beroep gewoon veel te zwaar voor. Zelfs met hulpmiddelen die onze arbeid lichter maken, halen we de 67 niet.”
Vincent van der Hooft, 24, heier, en Elroy Roor, 29, machinist heistelling
‘Elroy: “We kunnen niet alle regels in deze sector volgen. Soms staan we in een smalle bouwput en dan moet Vincent de palen gewoon aangeven. Een kraantje komt er dan niet aan te pas. Soms kan het gewoon niet anders, de palen moeten er toch in.
Vincent: “Ik sjouw de hele dag buizen van minstens zestig kilo, in dagen van soms twaalf uur. Dat houd ik natuurlijk niet lang vol. Gelukkig heb ik nog geen lichamelijke klachten.”
Elroy: “Je kunt wel de hele dag op een hijskraan zitten, maar ik wil graag knallen. Aan het eind van de dag moet ik mezelf wel eens opvegen. We werken soms 75 uur per week. Ik heb vaak last van mijn nek, maar meer niet.”
Hennie Zwart, 54, verhuizer
‘Het beroep verhuizer valt niet lichter te maken. Wat PVDA-leider Wouter Bos wil, valt gewoon niet te realiseren. Wat zwaar is, blijft zwaar. Natuurlijk werken wij niet altijd arbo-vriendelijk. Maar soms is de trap gewoon te smal en moeten we een piano of een wasmachine met twee man tillen, in plaats van met vier. Vaak dragen we samen zo’n honderdvijftig kilo.
Ik heb regelmatig pijn in mijn rug en mijn knieën. Een collega van mij heeft liesproblemen. Maar al die kwaaltjes horen er gewoon bij. Bos kan wel allemaal regeltjes maken, maar ons beroep wordt er niet lichter op.
Ik zal blij zijn als ik 65 ben, ik heb het wel gehad. Ik ken niemand die het zo lang volhoudt. Ik was veertien toen ik in de bouw begon.”