Studerend Nederland is op zoek naar geld. Universiteiten vertrouwen steeds minder op de overheid om in hun financiele behoeften te voorzien. Naar Amerikaans voorbeeld wordt er een oproep gedaan aan het bedrijfsleven om verschillende interessante projecten financieel te ondersteunen. Maar geld komt ook uit andere hoeken.
Niet alleen bedrijven zijn potentiele donors, ook alumni worden steeds vaker gevraagd financieel bij te dragen.Veel universiteiten investeren in het strikken van een aantal rijke alumni die ooit eens aan de universiteit hebben gestudeerd, er een goede tijd hebben gehad en nu graag iets financiel willen terug doen. Vooral in Engeland is deze manier van het betrekken van de meeste rijke alumni een booming business geworden. Verhalen van donaties waar je meer dan drie huizen voor kunt kopen, zijn op het Britse eiland steeds vaker aangename realiteit. Face-to-face fundraising, waar de directeur er vaak persoonlijk, gewapend met sigaar en goede fles gebrande whisky onder de arm, op uit trekt om de rijkaard in persoon te ontmoeten, is er sinds de jaren negentig een zeer serieus beroep.
In de rest van Europa klinkt dit nog als een Engels sprookje. Toch lijkt ook op het Europese vasteland het tij te keren. Zo was er op de alumni Conferentie 2010 in Berlijn volop aandacht voor de workshops rond het thema fondsenwerven. Ook de Duitse universiteiten zijn volop bezig met het zoeken naar nieuwe financieringsbronnen en zijn bereid daar volop in te investeren.
Hamvraag op de conferentie was: hoe zet je mensen aan tot het maken van een grote én een kleine donatie?
Volgens Miles Stevenson, gastspreker en director of Development aan de Universiteit van Sheffield, is het essentieel eerst een ‘culture of giving’ te creeren, waarbij alumni vanaf jonge leeftijd geleerd wordt dat het net zo vanzelfsprekend is geld over te maken naar je oude universiteit als naar elk ander goed doel. Om dat voor elkaar te krijgen heb je een sexy project nodig dat mensen het gevoel geeft dat ze ook werkelijk bijdragen aan een goed doel. Het voorstel om nieuwe toiletgebouwen te bouwen of om de schoonmaker extra te betalen voor zijn inspanningen de aula te laten blinken,kunnen de prullenbak in, investeren in het sportteam of de nieuwe bibliotheek klinken al veel beter. Alumni moeten ook meer betrokken worden bij de definiering van zo’n grootschalig project
Veel universiteiten die nog maar net actief zijn in het fondsenwerfwereldje, willen het zichzelf zo makkelijk mogelijk maken door zich te concentreren op de grote jongens. Om een beeld te krijgen van waar die rijke donors zich bevinden, kun je natuurlijk gewoon naar hun adres kijken en uitvinden of ze in een rijke buurt wonen. En ook de jaarlijkse lijst met rijkste mensen, gepubliceerd door de Quote, geeft de universiteit soms waardevolle informatie.
In de lichtelijke obsessie vooral de rijke donors aan boord te krijgen, wordt een brede groep alumni helaas maar al te vaak over het hoofd gezien. Maar het is juist die massale groep donors die de basis vormt voor een succesvol fondsenwerfprogramma. Want diegene die het niet raar vindt om elke maand vijf euro over te maken aan het project, zal over een aantal jaar ook sneller de stap maken een veel hoger bedrag te donoren.
Een slimme manier om de grote groep alumni aan boord te krijgen, is het organiseren van een telefooncampagne. Door studenten ex-studenten te laten opbellen en met hen leuke gesprekken te houden, hen feedback te vragen over de nieuwsbrief of website en hen uit te nodigen naar verschillende evenementen, kan een universiteit in relatief korte tijd een grote affiniteit opbouwen die de basis vormt voor een succesvolle fondsenwerfcampagne. Een bijkomend voordeel: studenten kunnen op een speelse manier uitvinden of de alumnus directeur is van KPN of pizza bezorger bij Pizza Hut. En om een brede geefcultuur op te bouwen, heb je de steun van hen allebei nodig.